Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie Melding niet meer tonen
the engineers of development
Image

Kneden met Creo Elements / Direct Modeling 18.1

In dit eerste artikel over Creo Elements schenkt Douwe Postma, senior mechanical engineer bij AKOS, aandacht aan de wezenlijke verschillen tussen Creo Elements en de beide andere pakketten, Inventor en Solidworks waarover in deze rubriek geschreven wordt.

In een artikel van een van de leveranciers van Creo, stond de opmerking van een gebruiker:
“even trekken en strekken, en je hebt een compleet ander model”.
Door mij vrij vertaald als “kneden”.

In Inventor en Solidworks is het belangrijk hoe een sketch wordt opgebouwd en is de volgorde van modelleren belangrijk. Binnen Creo is daarin een veel grotere vrijheid.

Natuurlijk wordt er eerst een 2D figuur (vorm) getekend op een Workplane. Daarna wordt de gewenste bewerking wordt gedaan, in dit geval een pull (extrude).



Maar de uiteindelijke afmetingen en vorm van het model kunnen te allen tijde nog worden aangepast. Het workplane hoeft dan ook niet bewaard te worden en kan altijd opnieuw worden gemaakt. (in een al verder gevormd stadium van het model), bijvoorbeeld om materiaal toe te voegen of juist te verwijderen.

Afrondingen kunnen rechtstreeks in het model worden gemaakt . Dit heeft de voorkeur boven het aanbrengen in het figuur op een workplane. Hoewel in de huidige versie de in een 2D vlak aangebrachte afronding of chamfer wel herkend en dus eenvoudig gewijzigd kunnen worden.




Materiaal kan worden toegevoegd, verwijderd, of van afmeting worden veranderd. Elke handeling vindt direct in het model plaats (Direct Modeling).

Verandering van vorm en/of plaats, alles is mogelijk, zonder terug te hoeven keren naar een eerder gemaakt workplane. Ook in samenstellingen, kunnen de “parts”, altijd worden verplaatst.

Creo is een niet history-based pakket en maakt standaard, geen gebruik van “relaties” (constrains). Elk onderdeel “zweeft” in de ruimte en wordt slechts 1-malig vastgelegd, per assembly.
Achteraf is dus niet meer te zien hoe een model is ontstaan of gegroeid.

Wel is er uiteraard de mogelijkheid, om gebruik te maken van features, zoals gatenpatronen. Hieraan kunnen eventueel parts worden gekoppeld (bijv. bevestigings artikelen).

Ook kun je gebruik maken van standaard features zoals, draadgaten, potgaten en verzonken gaten. Ook deze zijn altijd nog weer vrij en onbeperkt aan te passen.

Kortom een andere benadering van modelleren. De voorkeur voor een bepaald pakket is moeilijk aan te geven, de meest users raken gewend aan een pakket en werken daar dan bijna automatisch het liefst mee.

In een volgend artikel ga ik dieper in op Basic sheet (plaatwerk). Hier wil nog wel eens wat misgaan tijdens het modelleren. Ook hoop ik tegen die tijd iets te kunnen melden over een te verwachten update naar versie 19
Er is een beta versie uitgebracht, maar deze is alleen beschikbaar voor geselecteerde users.

Heb je vragen, suggesties of andere opmerkingen, zet ze onder dit artikel of stuur een mail.

Douwe Postma