Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie Melding niet meer tonen
the engineers of development
Image

Xandorra Active Attributes – Creo Elements/Direct Modeling

In een reeks artikelen wil ik handige modules behandelen die beschikbaar zijn in Creo Elements. Dit derde artikel gaat over de Active Attributes module die door Xandorra zelf ontwikkeld is. Xandorra is een aantal jaar geleden gefuseerd met Ad-Ultima. Zij bieden de module en eventuele ondersteuning nog wel steeds aan.

Met behulp van de Active Attributes module kan tijdens het modelleren attribuutinformatie gekoppeld worden aan 3D-data. Deze informatie wordt vervolgens automatisch naar de Model Manager doorgevoerd. Voorbeelden van attribuutinformatie kunnen materiaalgegevens, afmetingen of eigen gedefinieerde attributen zijn. Omdat de informatie actief aan parts en samenstellingen hangt wijzigt deze informatie (zoals lengte) automatisch mee bij veranderingen aan het model. Hiermee voorkom je fouten die kunnen ontstaan bij bijvoorbeeld het handmatig invoeren of aanpassen van gegevens van een onderdeel of samenstelling. Daarnaast worden de stuklijsten op tekeningen uniformer.

Doordat de Active Attributes een door Xandorra ontwikkelde module is, verschijnt deze niet standaard in het menu onder modules. Dit artikel beschrijft de (basis)uitvoeringen van Active Attributes die regelmatig wordt toegepast. Voordat Active Attributes geactiveerd kan worden is het van belang dat de Model Manager al gestart is. Na het activeren van beide modules verschijnt er onder de Model Manager Tab een vak (zie figuur 1) met de volgende knoppen: Xandorra Active Attributes voor het toewijzen van attribuutinformatie aan parts of samenstellingen, Xandorra Reload Query om de database met attribuutinformatie up-to-date te maken na bijvoorbeeld aanvullingen op de database en Update Weight voor het bepalen van het gewicht van een complete samenstelling (let er hierbij wel op dat alle parts de juiste density hebben).



Figuur 1

Aan de slag met Active Attributes

Voordat er informatie aan een part of samenstelling gehangen kan worden is het noodzakelijk om een database op te zetten. De database in dit artikel bevat gegevens zoals materiaalnummer, materiaalomschrijving, materiaal, dichtheid, materiaalgroep en of het een voorkeursmateriaal is.

In figuur 2 zijn een aantal regels uit een opzet van de database te zien. Het opzetten kan bijvoorbeeld met Excel of Notepad++. Hoe dit verder in zijn werkt gaat wordt niet behandeld in dit artikel.


Figuur 2

Voor het artikel zijn een aantal parts gemodeleerd. Figuur 3 toont een aantal parts die in een samenstelling zijn samengevoegd. Er zitten drie profielen in die uit de Part Library module zijn gehaald. Om nog meer tijdwinst te behalen is het mogelijk om standaard profielen in Part Library als Active Attribute te laten gedragen. In dit artikel is uitgegaan van parts zonder vooraf gedefinieerde gegevens.

Figuur 3

 1. Na het selecteren van Xandorra Active Attributes (figuur 3) verschijnt het menu uit figuur 4.

2. Met de knop Part/Assy (figuur 4) kunnen de onderdelen geselecteerd worden. Het enige dat nu ingevuld/gekozen moet worden is Dim. Type, Raw Material en Type.

3. Bij Dim. Type moet er een keuze gemaakt worden uit lengte, lengte * breedte, lengte * breedte * dikte of in het geval van een sheet metal part de optie sheet. (Deze laatste optie verschijnt alleen als het daadwerkelijk een sheet part is.)

4. De IPE100 is bijvoorbeeld een lengte artikel. Gelijk daarna wordt met Direction1 de lengte richting aangeven door middel van een surface of een edge. (zie figuur 6)

 Figuur 4
Wanneer de lengte handmatig wordt overruled zal bij het vak Oversize de overlengte berekend worden (figuur 5). Wordt er bij Oversize een lengte ingevuld dan zal de totale lengte aangepast worden. Let op: Wanneer de lengte van het profiel wordt aangepast blijft de oversize  
Figuur 5 



Figuur 6

5. Description (figuur 4) mag ingevuld worden. Het type dat als laatste geselecteerd wordt bepaald uiteindelijk of de description getoond wordt of niet

6. Selecteer vervolgens de Raw Material, de database verschijnt nu (figuur 7). Om snel te zoeken kan bovenin het venster gefilterd worden op bijvoorbeeld materiaalgroep en/of materiaal. Via het drop-down menu bij preference is de keuze of alleen voorkeursmaterialen/attributen zichtbaar gemaakt moeten worden.


Figuur 7

7. Nu kan voor elk onderdeel de juiste attribuut regel opgezocht en geselecteerd worden door middel van dubbelklik of Apply. Door zoveel mogelijk parts met hetzelfde uitgangsmateriaal achter elkaar te kiezen hoeft niet elke keer opnieuw de database doorzocht te worden. De laatst (gefilterde) zoekopdracht blijft namelijk actief.

 8. Let op! Als laatste moet nu de Type gekozen worden (figuur 4). Het selecteren van de Type is belangrijk en wordt gebruikt om de stuklijst op de juiste manier te laten invullen. Voorbeelden van Types kunnen zijn:
• 110 - Voor Maakdelen waar een mono-tekening van gemaakt wordt
• 121 - Voor snijdelen
• 122 - Voor ruw materialen als bv. profielen,

9. Let op! Materiaal, Raw Material Description, Size en Weight bij voorkeur niet handmatig aanpassen. Deze velden worden automatisch ingevuld. Uiteindelijk toont figuur 8 het eindresultaat.

10. Door middel van de knop [Next] bovenin (zie figuur 8) kan het volgende onderdeel geselecteerd worden zonder de Active Attributes opnieuw te selecteren. De knop [Copy From] werkt alleen voor standaard part properties, voor alle firma gedefinieerde attributen werkt dat bewust niet. Bij het kopiëren van een onderdeel komen wel alle Active Attributes mee.

11. Na de actie [Save 3D] worden alle gegevens in de masterdata bijgewerkt. Wordt er een wijziging aangebracht in bijvoorbeeld een lengte product, dan is het niet nodig om opnieuw de Active Attributes te selecteren. De lengte verandering wordt na het opslaan automatisch aangepast in de masterdata.

 
Figuur 8
 12. Wanneer er op de (samenstellings)tekening een veld is aangemaakt om het totaalgewicht van de samenstelling te tonen, is het belangrijk om eerst een [Update Weight] actie uit te voeren. (zie figuur 9) Hierna zal het totale gewicht op de correcte manier getoond worden op de tekening.     
Figuur 9

13. Na een BOM scan van de samenstelling (zie figuur 10) is te zien dat alle velden netjes zijn ingevuld. Hierin zijn, zoals eerder al genoemd, allerlei mogelijkheden beschikbaar. Nu kan de bom op de gebruikelijke wijze naar Annotation verstuurd worden.

Figuur 10

Na eventuele wijzigingen aan het model moet de stuklijst informatie op de normale wijze opnieuw naar de tekening verstuurd worden.

Dit was een introductie op de Xandorra Active Attributes module. In combinatie met de Report Generator module kunnen uiteindelijk ook rapporten gemaakt worden met bijvoorbeeld het totaal aantal snijdelen, of ruw materialen etc.